Een beelddenker in een organisatie is vaak te herkennen als een creatieve geest die niet altijd tot zijn recht komt.
Zodra het ‘probleem’ aangereikt wordt ziet hij de oplossing al groeien. Hij wil nog meer weten om de specifieke vraag in al zijn facetten te kunnen doorgronden.
Maar op de vraag: hoe ga je dit aanpakken, staat hij met zijn mond vol tanden. Of in sommige gevallen begint hij druk en enthousiast te praten. Helaas kunt u hem vaak niet volgen. Het klinkt allemaal erg onsamenhangend bijna chaotisch.
Kan hier sprake zijn van Beelddenken?
Een volwassen beelddenker denkt op zo’n moment.....Niet weer?!
Hij/Zij heeft dit vaak meegemaakt. Hij weet de oplossing, ziet hem, maar kan niet of met veel moeite gestructureerd aan anderen uitleggen wat hij ziet.
Vol enthousiasme stort hij zich op een nieuwe uitdaging. Of dit nu het ontwerpen van een huis of een nieuwe kast is, of dit het opzetten van vereniging of stichting is of dat het gaat om het oplossen van een ( maatschappelijk) probleem.
De overeenkomst is dat hij een probleem ziet of aangereikt krijgt en dat met zijn eigen vaardigheden wil oplossen.
Herkenning
Beelddenkers worden vaak gevraagd vanwege deze creativiteit en inlevingsvermogen. De eerste indruk is dan goed. De beelddenker overziet de situatie snel en geeft blijk van een goed inzicht. Later, eenmaal in de organisatie werkzaam, blijkt dat de werkwijze van de beelddenker niet goed begrepen wordt. Dit geeft ongenoegen zowel bij de beelddenker als bij zijn werkgever.
‘Mijn boom’,
Ik voel en ruik hem
Foto:
Crispijn Los
Meer informatie
In juni 2006 heft KINA ( Kennis- en Innovatienetwerk Arbeid en gezondheid) een expertmeeting georganiseerd met als titel: Aandacht voor dyslexie en beelddenken bij werknemers.
Mechel Ensing was een van de twee inleiders.
Een stukje uit het verslag:
“In de subgroep over beelddenken is geanalyseerd waarom veel beelddenkers vastlopen in hun werk. De discussie is als volgt samen te vatten: op school moet de minderheid van beelddenkers zich aanpassen aan de leerstijl van begripsdenkers. Dit leidt geregeld tot faalervaringen, en men leert niet wat de eigen positieve kwaliteiten zijn. In het werk bestaat opnieuw de noodzaak om zich te conformeren aan een manier van werken die past bij begripsdenken. Er ontstaan gemakkelijk misverstanden, want veel beelddenkers slagen er maar matig in om te voldoen aan de normen en werkwijze van begripsdenkers. Hun eigen talenten komen zo niet goed uit de verf. Wat in coaching wordt geleerd is om zich niet langer aan te passen, maar meer te vertrouwen op eigen kracht en competenties. Om die effectief te kunnen aanwenden is het wel nodig rekening te leren houden met de verschillen tussen beeld- en begripsdenken. “
De samenvatting van het verslag is als PDF -file bijgevoegd.


