Testen blijven mij fascineren.
Telkens heb ik het gevoel uitgedaagd te worden door de makers van de test.
Zo ook nu weer met de Nationale IQ-test op de televisie. Ik wilde het dit keer echt goed doen.
Gewapend met pen en papier (ik geef toe een beetje ouderwets) zat ik er klaar voor. Vast van plan om het serieus te doen en me nergens door te laten afleiden.
Testen, wat zegt de uitslag?
Dat viel dus tegen.
Ik merkte dat er veel dingen waren waardoor ik afgeleid werd.
Sommige erg voor de hand liggend, maar andere toch ietwat bijzonder.
Bijzonder genoeg om er hier verder op in te gaan.
Wat leidde af?
De vragen waren nog pas net begonnen toen thuis een gezinslid aanschoof voor de tv. Dit is een bekende vorm van afleiding. In column nummer 13 over aandachtscirkels heb ik hierover al eens verteld.
Maar vervolgens bleken er in de opzet van het programma (het vraag en antwoord spel) meerdere dingen te zitten die mij afleidden, mij uit mijn concentratie haalden.
Daarin verschilde ik duidelijk van mijn huisgenoot. “Zou hier beelddenken een rol kunnen spelen?” was mijn gedachte.
Bij de eerste vraag deed zich al direct een ‘probleempje ‘voor. De multiple choice antwoorden werden niet onder elkaar, maar naast elkaar gepresenteerd
Zie bijgaande figuur A waarin ik dit illustreer.
Het lijkt een minuscuul verschil, maar bij alle volgende vragen moest ik op deze voor mij onnatuurlijke volgorde letten. Dit verstoorde mijn concentratie aanzienlijk. Het fascineerde mij wel. Dus heb ik in de week erna meerdere mensen voorbeeld A (zoals in de test gebruikt) voorgelegd. Degenen die meer beelddenker zijn, vroegen mij direct waarom ik ze niet onder elkaar opschreef, maar naast elkaar. Nader zelfonderzoek leerde mij dat ik in voorbeeld B twee antwoorden a) en b) in een oogopslag kan zien en dan c) en d) in de tweede oogopslag.
In voorbeeld A moet ik 4 keer kijken: eerst zie ik a) dan gaan de ogen naar rechts voor antwoord b) vervolgens richt ik mijn ogen naar beneden voor antwoord c) en dan nog een keer naar rechts voor antwoord d).
Tijdrovend en verwarrend dus. Bij een IQ test scheelt dat seconden en wellicht soms het goede antwoord op de vraag. Het vergt sowieso al veel moeite om je niet te laten opjagen door de klok.
Herkent u zo iets ook bij u zelf? Misschien wel in andere situaties zoals bij het invullen van formulieren?
Voorlezen
Een ander aspect dat mijn aandacht
trok was het voorlezen van vraag en antwoorden.
Het voorlezen van de vraag vond ik wel handig, maar het voorlezen van de antwoorden was ronduit vervelend.
Het luisteren naar de antwoorden (dat ik dan toch ongemerkt doe) zorgde ervoor dat ik mij niet goed kon concentreren. Ik werd echt uit mijn kracht gehaald door dat oplezen van de antwoorden.
Vooral bij die vragen waar je moest redeneren en
rekenen, daar raakte ik telkens mijn gedachtegang
kwijt door de stem van Patrick.
Het werd me overduidelijk dat ik getallen meer zíe
dan dat ik ze benoem. Rekenen is voor mij echt een
visuele aangelegenheid. Ik was me het nooit zo bewust.
Ik kon die Patrick Lodiers soms wel wat aandoen. Waarom hield hij zijn mond niet?
En terwijl ik dit schrijf bedenk ik me dat ik dat makkelijk had kunnen doen. Er zit immers een knop op de afstandsbediening om het geluid uit te zetten….. een weetje voor de volgende keer. Maar dan zal ik het zeker alleen moeten doen. Mijn geklaag werd maar onzin gevonden mijn huisgenoot.
Hij had er geen last van. Hij vond het eigenlijk wel prettig.
Luisteren en denken gaat slecht samen. Linda Silverman heeft het niet voor niets over ‘visual-spatial’ en ‘auditory sequential’.
Eigenlijk gebeurt dit in het dagelijks leven veel vaker, dat je stopt met denken als er gesproken wordt . Als ik een kantoortuin zie, moet ik er niet aan denken dat ik erin zou moeten werken.
Wat zegt de uitslag?
Klagend tegen anderen in mijn beelddenkpraktijk over deze punten kreeg ik bijval. Ze vertelden mij ook dat ze allerlei strategieën ontwikkelen om er geen last van te hebben.
De meest gebruikte is: gewoon zo snel zijn dat je het antwoord al weet voordat de antwoorden voorgelezen worden.
Andere zijn;
- je zo concentreren dat je het geluid niet hoort.
- het antwoord direct weten en dan pas zoeken waar het staat. Daarbij extra opletten dat je c) en b) niet verwisselt.
De conclusie lijkt voor de hand te liggen dat je als beelddenker nog slimmer /sneller moet zijn dan begripsdenkers om dezelfde score te krijgen. Natuurlijk heb je het weer makkelijker bij visuele opdrachten.
Na dit allemaal overwogen te hebben blijft de vraagt voor mij: wat wil ik eigenlijk aan wie bewijzen met het maken deze testen?
Mechel
Februari 2010


Buck Jones in Upside-Down Brilliance
van Linda Kreger Silverman
*: dit is geen vraag uit de test. Hij dient alleen als illustratie bij de tekst.